donderdag 5 juli 2012

Naar een betalingsverkeer zonder grenzen

logo-dnb

Op 19 juni heeft Frank Elderson tijdens een congres over de Toekomst van het Betalingsverkeer een lezing gehouden

Denkend aan SEPA zie ik reden tot vieren want betalingen kennen geen grenzen voortaan......om met een variant van Marsman’s Herinnering aan Holland te spreken.

In het betalingsverkeer van de toekomst zie ik hoe grenzen tussen betaalmethoden, betaalkanalen en landen beetje bij beetje verdwijnen.

Ik vind dat een bemoedigend beeld, want dat wijst voor mij op mogelijkheden voor een nog efficiënter, veiliger en betrouwbaarder betalingsverkeer dan wij nu hebben. Een welkome ontwikkeling dus, maar wel een die vanwege de vele haken en ogen die eraan zitten, heel veel samenwerking vergt.
Over die verdwijnende grenzen en over samenwerking wil ik het vandaag met u hebben .

Als ik naar de toekomst kijk, zie ik de traditionele scheidslijnen binnen het betalingsverkeer een stuk minder scherp worden. Tegelijk zie ik dat zowel de concurrentie als de samenwerking zijn toegenomen. Ik wil een drietal veranderende grenzen in het betalingsverkeer met u bespreken.

Ook zie ik de traditionele grenzen verdwijnen tussen kanalen en producten. D e inzet van nieuwe technologieën maakt een eind aan de traditionele afbakening tussen betalen op afstand -  met bijvoorbeeld een overschrijvingsformulier- en betalen aan de toonbank – met bijvoorbeeld  een bankpasje.
In rap tempo wordt alles steeds mobieler en digitaler. En dat brengt betalen op afstand feitelijk dichterbij. Kassa’s zijn virtueel op internet, waardoor we bij onze digitale aankopen niet alleen met creditcards, maar ook met overschrijvingen en incasso’s kunnen betalen. Maar ook omgekeerd is dit proces gaande. Internetbetaalmiddelen als iDEAL kunnen via de mobiele telefoon ook bij fysieke levering aan huis voor een gegarandeerde betaling zorgen. We zien ook een traditionele virtuele speler als PayPal aan de fysieke kassa verschijnen. PayPal komt binnenkort zelfs met een eigen creditcard.
En ook de grens tussen cash en elektronisch verdwijnt door de komst van wallets en andere pre paid betaalmiddelen, waarmee net als met cash anoniem kan worden betaald.

Gemak dient de mens, de consument en de winkelier. Het moet voor beide partijen zo simpel mogelijk gemaakt worden om te betalen en te ontvangen. En daarvoor bedenken innovatieve partijen een reeks aan oplossingen. Maar met het slechten van de traditionele grenzen wordt het extra belangrijk de veiligheid van het betalen te bewaken. Cybercrime is namelijk groeiende.
En dat vraagt om meer samenwerking, óók met politie en justitie, om ook het vertrouwen in die nieuwe betaalwereld te handhaven.

En natuurlijk worden met de totstandkoming van SEPA de grenzen tussen de nationale betaalmarkten geslecht. Aanbieders en verwerkers van betalingsverkeer zijn binnen SEPA niet langer afgeschermd van buitenlandse concurrentie. Dit moet een proces van consolidatie op gang brengen. De schaalvoordelen die dat oplevert, zullen leiden tot een verlaging van de kostprijs van het betalingsverkeer.  Bedrijven krijgen op de Interne betaalmarkt veel meer keuze uit aanbieders van betaaldiensten en ook consumenten kunnen hun blik op buitenlandse aanbieders richten.
Meer concurrentie dus, waar Nederlandse banken met hun efficiënte betalingsverkeer garen bij kunnen spinnen. En die competitieve eurobetaalmarkt wordt zo een vruchtbare voedingsbodem voor Europese innovatie. Voor uitbreiding en verbetering van betaalmogelijkheden met de nieuwe technologieën bijvoorbeeld. Het Groenboek van de Europese Commissie geeft een goede aanzet voor de consulatie van de stakeholders over hoe de Europese markt voor card, internet en mobiele betalingen er uit moet gaan zien.

Om de vruchten van de Interne Eurobetaalmarkt te kunnen plukken zijn ook nieuwe vormen van grensoverschrijdend overleg en samenwerking tussen marktpartijen nodig. Weliswaar hebben internationaal opererende bedrijven al snel baat bij SEPA, maar om álle bedrijven en álle consumenten in Europa te laten meeprofiteren moet er nog veel meer gebeuren. Zo moeten we de SEPA-governance te verbeteren. Gerard Hartsink heeft hier zijn licht al over laten schijnen. Ik wil hier graag ook onze visie met u delen.
Ik spreek liever over 1 februari 2014 als de begindatum voor SEPA dan als einddatum voor de SEPA-migratie. De interne betaalmarkt moet vorm gaan krijgen door grensoverschrijdende concurrentie, door fusies en consolidaties van verwerkers en aanbieders en door in- en outsourcing van betalingsverkeer. Dat gaat niet vanzelf. Dat moeten we evenals de migratie in samenwerking met alle marktpartijen realiseren. SEPA is namelijk niet louter van de banken.
Dus wil die markt slagen dan moeten juist de gebruikers van betalingsverkeer nauw betrokken worden. Nog méér dan op nationaal niveau is hier overleg en samenwerking nodig.

De huidige governance op Europees niveau bestaat vooral uit de SEPA-council, de SEPA-Raad. Die is opgericht om de realisatie van de eurobetaalmarkt te bevorderen door te zorgen voor de gewenste betrokkenheid van stakeholders. Dit model kan hier en daar nog verbeterd worden, zo blijkt uit het lopende evaluatieproces. Eigenlijk werkt men daar nog iets te ‘separaat”, zou je kunnen zeggen. Uit dit oogpunt is het beter de Engelse benaming SEPA-Council te gebruiken.
In dat evaluatieproces zullen we zeker niet schromen onze visie in te brengen. Ik denk dat ter verbetering zeker gekeken kan worden naar het Nederlandse governance model, en dan bedoel ik uiteraard het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer. Want ik geloof dat elementen daaruit ook bruikbaar zijn op Europees niveau. Het MOB blijkt namelijk goed te werken en naar tevredenheid van alle stakeholders. Mede hierdoor behoort Nederland tot de landen met de hoogste graad van efficiency in het betalingsverkeer. In het Europese betalingsverkeer heerst nog veel ontevredenheid en is nog veel ruimte voor verbetering van de efficiency. Dat niet alle landen een poldertraditie kennen, mag hier geen rol spelen. Want het is toch vooral de áárd van het betalingsverkeer die bepaalt dat samenwerking geboden is, en niet de cultuur van een land.

Zo’n governance model op Nederlandse leest kan er als volgt uitzien.
Van belang is dat de Europese Raad en het Europese Parlement zorgen voor een duidelijk mandaat.  Dat moet ondubbelzinnig als doel hebben het bevorderen van een veilig, efficiënt en betrouwbaar eurobetalingsverkeer in SEPA. Verder moeten gebruikers en aanbieders goed en evenredig vertegenwoordigd zijn. Hiertoe moet de Europese organisatie aan de gebruikerskant nog wel worden verbeterd. Onderwerp van overleg moeten collectieve issues zijn. Zoals het vervolmaken van de Europese Incasso en de afstemming van de invoering van e-mandates. 
Het (voorbereidende) werk kan worden gedaan in werkgroepen bestaand uit aanbieders en gebruikers. Jaarlijks zou dit Forum over de voortgang aan de Europese Raad en het Europese Parlement kunnen rapporteren. De ECB en de Europese Commissie moeten dan net als in de SEPA-Council de aanjagers zijn. De grote betrokkenheid van de Europese politiek kan ook een stok achter de deur zijn voor de marktpartijen om in actie te komen en samen de betaalmarkt meer vorm te geven, omdat anders met wetgeving kan worden gedreigd.
Kortom een dergelijk Forum zou moeten functioneren als "eigenaar van SEPA". 

Maar voor we met SEPA kunnen starten, is er op nationaal niveau nog heel wat overleg en samenwerking nodig om te bereiken dat Nederland op tijd migreert. Tussen aanbieders en afnemers van betaaldiensten: banken, softwareproducenten, bedrijven, overheden, consumenten, en al hun belangenverenigingen. Terug naar het heden.

Hoe gaat het met de migratie in Nederland ?

Zoals u de meeste van u weten hebben we - g eheel volgens de poldertraditie – met de instelling van het Nationaal Forum voor de SEPA-migratie gekozen voor een brede maatschappelijke aanpak. Met DB als trekker. Omdat wij geloven in die Interne betaalmarkt en de overgang soepel willen laten verlopen, met behoud van bestaande efficiency. Hiervoor hebben we met alle stakeholders als vertrekpunt het Nationaal SEPA-migratieplan vastgesteld. Daarin is per groep van gebruikers de overgang op Europese overschrijvingen en incasso’s vastgelegd.
Het Programmabureau van het NFS, ondergebracht bij DNB, monitort de afspraken op naleving. Ook proberen we gezamenlijk voor tal van hobbels in het migratietraject passende oplossingen te vinden. Ik geef u een paar voorbeelden.

D e afgelopen maanden hebben we veel gesproken over de toekomst van de acceptgiro. Is de SEPA-migratie niet juist een uitgelezen moment om dat oude papieren betaalinstrument af te schaffen?  Of is die juist gebaat bij een IBAN-variant?  Na uitvoerige consultatie door banken bleek dat een belangrijke groep consumenten en verspreiders  de acceptgiro wenst te behouden totdat er een goed alternatief is. Er is dus toerkomst voor de IBÁN-acceptgiro. Tot uiterlijk 1 januari 2019. Streven is het dan na ruim 40 jaar trouwe dienst af te schaffen. 

Een ander voorbeeld is het gebruik van korte rekeningnummers door Goede Doelen. U kunt zich voorstellen dat NL08 INGB 7x0 3x5 anders communiceert dan Giro 555.  Daarom hebben we een werkgroepje geformeerd waar banken en Goede Doelenorganisaties zitting in hebben.  Samen bekijken we hoe we hier binnen SEPA slim mee om kunnen gaan. Binnenkort worden oplossingen verwacht.

Een derde voorbeeld is het implementeren van de consumentenbeschermingsmaatregelen die de SEPA-verordening voorschrijft voor de Europese incasso. Daarvoor is een apart werkgroepje van banken, acceptanten en consumenten ingesteld dat ook de invoering van de elektronische machtiging – de e-mandate - voor ná 2014 bespreekt. De eerste innovatie op Europese schaal.

Met de SEPA-migratie zijn we nu in Nederland al ruim een half jaar aan de slag. In de migratiecijfers ziet u dat nog niet terug. We hebben nog altijd zowat de laagste migratieratio’s van Europa. De kans dat we hier Europees kampioen worden, lijkt niet groot. Toch is dát zeker niet uitgesloten. Als het dan met voetbal niet lukt, moeten we hier maar op gaan mikken! Zoals u weet, klinkt hiér het laatste fluitsignaal pas op 1 februari 2014.

De voorbereidingen zijn in elk geval in volle gang.

De communicatie-campagne OveropIBAN loopt. De OveropIBAN-site is live; we zijn gestart met een wake up call voor het bedrijfsleven; we zorgen voor artikelen in vakbladen en we spreken steeds vaker op seminars en congressen. Ook banken zijn begonnen hun klanten intensiever over IBAN en SEPA te informeren. Dit heeft al het een en ander opgeleverd, want uit onze monitoring blijkt dat het bewustzijn van SEPA en IBAN groeit en dat steeds meer bedrijven met de voorbereidingen gestart zijn. Het eerste grootbedrijf is over. Early mover UWV doet nu een groot deel van het uitgaande verkeer  met Europese overschrijvingen en IBAN.
Ook goed nieuws is dat de knelpunten die zijn gesignaleerd tot op heden oplosbaar zijn gebleken en gelukkig de migratie niet in de weg staan. 

Maar de verschillende partijen moeten zich wél houden aan het door hen zelf afgesproken migratiescenario. We zien dat verreweg de meeste marktpartijen onderschat hebben wat hierbij komt kijken. De aanbieders - banken en softwarebedrijven - hebben moeite om het tempo bij te houden en zich aan de planning te houden. Deze onderschatting aan beide zijden van de markt zet veel druk op planning en haalbaarheid.  Maar de krappe tijdlijnen lijken vooralsnog haalbaar, mits alle betrokken er nog even flink de schouders onder zetten. Want nog té veel bedrijven hebben de planning nog niet rond. Daar gaan we achterheen via de monitor, via overleg met de betrokken branchevereniging, en via lezingen en seminars. En, last but not least, via het Toezicht dat DNB krijgt op het naleven van de Verordening.

Bron: DNB
Rating:  / 0
ZwakZeer goed 


Enigma Consulting